Learn Essays

HOME F.A.Q. REGISTER LOGIN SEARCH  
Essay Topics
Acceptance
Art
Business
Custom Written
Direct Essays
English
Example Essays
Foreign
History
Medical
Mega Essays
Miscellaneous
Movies
Music
Novels
People
Politics
Pre-Written
Religion
Science
Search
Speeches
Sports
Technology
Over 101,000 Essays and Term Papers!!

Featured Papers from RadEssays

1. Stability and Violence in Indonesia
This is only a preview of the paper
Click here to register and get the full text.
Existing members click here to login

indische

Inhoud Inleiding Hoofdstuk 1 1. Introductie Boeddhisme in Japan. 2. Stijlen. 3. Hout. Hoofdstuk 2 1. Fundering en platform. 2. Kolommen en verbindingsbalken. 3. Steunencomplexen en bijbehorende draagbalken. 4. Dak. Conclusie Bibliografie Inleiding Toen ik drie jaar geleden voor het eerst één van de grote tempels in Kyōto, de Chioin, bezocht, was ik meteen onder de indruk van de grootte en van de mysterieuze sfeer die een Japanse tempel uistraalt. Daardoor is mijn interesse voor Boeddhistische tempel architectuur in Japan gewekt. In mijn vorige werkstuk heb ik de oorsprong van de Japanse Boeddhistische architectuur vanuit India, China en Korea beschreven. In dit werkstuk wil ik me verdiepen in de constructie en het uiterlijk van de Japanse tempel. De belangrijke vraag hierbij is, of "de Japanse tempel" bestaat, of dat het bestaan van verschillende Boeddhistische stromingen ook tot verschillen in architectuur heeft geleid. Als leidraad om tot een antwoord op deze vraag te komen, neem ik de constructie van een temepl en kan ik op deze wijze bepalen of en waar in de constructie er verschillen zijn ontstaan. De belangrijkste boeken waar ik bij dit werkstuk gebruik van gemaakt heb, zijn: The Evolution of Buddhist Architecture in Japan, van Alexander Coburn Soper, en: The Genius of Japanese Carpentry van S. Azby Brown. Meneer Coburn Soper heeft zijn boek geschreven naar aanleiding van een twee en een half jarig onderzoek in Japan. Hoewel dit onderzoek plaats heeft gevonden in de periode van 1935 tot en met 1937, acht ik de gegevens niet verouderd. De restauratie van bijvoorbeeld de Hōryūji was namelijk al begonnen 1908. Veel restauraties, waarbij belangrijke gegevens over de constructie zijn ontdekt, zijn al in het begin van deze eeuw begonnen. Het boek van de heer Azby Brown volgt de herbouw van een hal van de Yakushiji, waarbij de constructie tot in de details wordt beschreven. Deze herbouw stond onder leiding van de meester Nishioka Tsunekazu. Meester Nishioka wordt in meerdere boeken genoemd als één van de laatste meester tempel bouwers in Japan. In hoofdstuk één zal ik beginnen met de introductie van het Boeddhisme in Japan en een korte uitleg geven over de bouwstijlen en het gebruik van hout. In hoofdstuk twee zal ik vervolgens de bouw van een tempel beschrijven en bekijken of en waar verschillen zich openbaren. Hoofdstuk 1 1.1 Introductie van het Boeddhisme in Japan In 538 AD (of 552 AD, de bronnen zijn verdeeld over het juiste jaartal) werd het Boeddhisme in Japan geïntroduceerd. De koning van het Koreaanse Paekche geeft de Japanse keizer een aantal sutra’s en een beeld, als dank voor de hulp bij het verdedigen tegen aanvallen van de andere Koreaanse koninkrijken. In Japanse hofkringen stuit de nieuwe religie echter op tegenstand van de machtige Nakatomi en Mononobe families, die hun afstamming en dus ook hun status terugvoerden op de Shintōgoden. De Soga clan was voorstander van de nieuwe religie en Soga no Iname kreeg, omdat de keizer de kant koos van de Nakatomi en de Mononobe, de materialen mee en maakte van zijn huis een tempel: Mukuharadera. Dit was de eerste Boeddhistische tempel in Japan. Het was echter niet meer dan een huis, versierd met teksten en voorzien van een altaar voor het beeld. In de jaren die volgden werden een aantal van dit soort huis-tempels gebouwd. In 577 kwamen een aantal Koreaanse Boeddhisten naar Japan, waaronder een tempelarchitect en timmerlieden. Men ging door met het bouwen bij huizen, nu door aparte kapellen, Butsuden te maken. In 585 werd in Ono de eerste pagode van Japan gebouwd. De oppositie tegen het Boeddhisme bleef echter bestaan en in 587 stonden de voorstanders van het Boeddhisme op het punt de beslissende veldslag te verliezen. Prins Shotoku vraagt op dat moment de vier hemelse koningen om hulp en belooft een tempel te bouwen als hij de overwinning behaalt. De voorstanders van het Boeddhisme halen de overwinning en zoals belooft begint men met de bouw van de Shitennōji, de tempel van de vier hemelse koningen. In 593 komen weer een aantal handwerkslieden over uit Korea en men begint de bouw van de Shitennōji opnieuw, op de huidige plaats. Samen met de een aantal jaren hiervoor gebouwde Hōkōji, waren dit de eerste Boeddhistische tempel complexen in Japan volgens het Chinese en Koreaanse model. De tempels vertegenwoordigen een geheel nieuwe bouwstijl in Japan. De Japanse traditionele bouwstijl was altijd heel simpel geweest, er werd gebruik gemaakt van simpele constructies, die vaak niet permanent waren. Paleizen werden vaak afgebroken en op een andere plek weer opgebouwd. Men neemt aan dat de vorm van de traditionele Shintō schrijnen (bijvoorbeeld: de Ise schrijn) ongeveer gelijk is geweest aan de vorm van de keizerlijke paleizen uit de tijd van voor de introductie van het Boeddhisme. Enkele van de nieuwe elementen die de Koreaanse architecten invoerden waren: pilaren die op stenen op de grond geplaatst werden, in plaatst van in de grond; daktegels; rode verf op het hout; vergulding en andere versieringen; licht gebogen dakranden. Naderhand werden deze nieuwe elementen ook voor niet-Boeddhistische gebouwen gebruikt, zoals het keizerlijk paleis en zelfs Shintō schrijnen. 1.2 Architectuur stijlen in Japan In Japan zijn gedurende de loop van de geschiedenis van de Boeddhistiche architectuur drie belangrijke stijlen te onderscheiden. Deze stijlen worden Wayō (Japanse stijl), Karayō (Chinese stijl) en Daibutsuyō (grote Boeddha stijl), ook wel Tenjikuyō (Indiase stijl) genoemd. De term Wayō wordt gebruikt sinds de Kamakura periode voor de stijl die in gebruik was sinds de introductie van het Boeddhisme. Hoewel deze stijl uit China en Korea is geïmporteerd, was de stijl al dermate gewoon in de Japanse maatschappij, dat men deze stijl als Japans beschouwde. De term Wayō wordt dus gebruikt om deze stijl, ontstaan gedurende de Asuka, Nara en Heian periodes, te onderscheiden van de twee andere stijlen die aan het begin van de Kamakura periode uit China overkwamen. De stijl uit de Asuka en Nara periodes vormen de oorsprong van Wayō. De Hōryūji is het oudste houten gebouw in Japan en is als tempel het oudste voorbeeld van Boeddhistische architectuur in Japan. Kenmerken van deze stijl zijn de enigszins convexe kolommen en de steunbalken met een wolkenpatroon. In de Heian periode zorgen de nieuwe esoterische secten voor veranderingen in het interieur van de tempels. In plaats van de gebruikelijke opzet van Moya en Hisashi, ontstaan de Gaijin en Naijin. De Gaijin is de ruimte voor de gelovigen en de Naijin is de ruimte waar de ingewijden esoterische rituelen uitvoeren. Om plaats te maken voor deze nieuwe ruimtes, worden de hallen dieper en de beelden die geplaatst worden kleiner. De constructie van de halen veranderd in deze periode nauwelijks, afgezien van het dak. Uit overgebleven constructies valt op te maken dat men in deze periode voor het eerst gebruik maakte van het verborgen dak, dit is niet zeker aangezien in de loop van de tijd alle originele daken zijn vervangen door constructies met een verborgen dak.


Approximate Word count = 4504
Approximate Pages = 18
(250 words per page double spaced)
Over 101,000 Essays and Term Papers!!
Links
indische

Production Forest in Java

Support
F.A.Q.
Custom Essays
Payment
Learn Essays
Forgot Password?
Activation Email
More Links
All Papers Are For Research And Reference Purposes Only! You may not turn these papers in as your own! You must cite our web site as your source!
Copyright 2003-2008 learnessays.com. All rights reserved.